Verklaring NBF bestuur
Bestuursverklaring
Door het bestuur
van de NBF is kennisgenomen
van de conclusies en opgelegde maatregelen door de tuchtcommissie
van de NBF betreffende een incident dat zich heeft voltrokken aan het eind
van de RTH-wedstrijd op zaterdag 16 december 2006.
Het bestuur begrijpt dat de uitspraak
van de tuchtcommissie , in combinatie met het niet geselecteerd worden voor het EK Jeugd door de begeleidingsgroep en de uitsluiting door het bestuur van deelname aan jeugdselectie bijeenkomsten totdat de uitspraak
van de tuchtcommissie bekend zou zijn (emotionele) reacties oproept bij de betrokken speelsters, hun ouders en andere mensen in hun directe omgeving.
Over wat de maatregelen oproepen wil het bestuur graag het gesprek aangaan met de speelsters en hun ouders. Daartoe liggen er uitnodigingen en afhankelijk
van de reacties van betrokkenen zullen er afspraken worden gemaakt. Bij die gesprekken zal, wanneer zij plaats gaan vinden, ook de eindverantwoordelijke coach
van de Nationale Jeugdselectie (
Wim Kortenray ) worden betrokken.
In deze gesprekken zal het bestuur de besluiten die zijn genomen door de tuchtcommissie en/of de begeleidingsgroep voor het EK Jeugd als vaststaand beschouwen en respecteren.
Het bestuur zal de gesprekken met speelsters en ouders benutten om lessen te trekken uit wat is gebeurd, om vervolgens daar waar mogelijk procedures te verbeteren en los
van de begrijpelijke emotie bij betrokkenen de kaders te schetsen waarbinnen gewerkt en besloten wordt door de NBF. Eén
van de lessen die zich lijkt af te tekenen is dat een meer persoonlijke en het als eerste benaderen van niet geselecteerden en/of gestrafte spelers en speelsters gewenst is. Het bestuur zal nagaan hoe dat in de praktijk vorm kan worden gegeven.
Het is aan de betrokkenen of zij in beroep willen gaan tegen de beslissingen
van de tuchtcommissie. Het bestuur ziet daartoe voor zichzelf op dit moment geen reden. Los
van de opgelegde maatregelen ziet het bestuur in
de door de tuchtcommissie getrokken conclusies een bevestiging van haar opvatting dat onwelvoeglijk taalgebruik en/of een handgemeen, alsmede iemand onheus bejegen niet passen in onze filosofie op sporten en respectvol met elkaar omgaan.
Waar het bestuur nadrukkelijk stelling tegen wenst te nemen is de wijze waarop een aantal
van de NBF-leden menen zich te moeten uitlaten over de bondscoach of andere leden
van de begeleidingsgroep en de vermeende beweegredenen die schuil zouden gaan achter het unanieme besluit
van de begeleidingsgroep over de samenstelling van het team voor de EK Jeugd. Wij kennen alle leden
van de begeleidingsgroep als integere mensen en hebben dan ook geen enkele reden om aan hun integriteit bij de door hen genomen besluiten te twijfelen.
Ook heeft het bestuur kennis genomen
van de grove ongenuanceerde uitingen tegen de NBF in het algemeen. Naast het daarbij gebezigde taalgebruik stoort het bestuur zich vooral aan het feit dat deze reacties kunnen worden verstaan als gericht tegen een ieder die bij de NBF betrokken is. Daarbij lijkt men uit het oog te verliezen dat er bij de NBF mensen werken of er als één
van de vele vrijwilligers actief zijn die zich iedere dag met heel veel inzet en de beste intenties inzetten voor al onze leden. Ook degene waardoor zij nu, al dan niet bewust, beschimpt worden. Dat geeft geen pas en het bestuur roept al haar leden op om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen.
Het bestuur stelt zich op het standpunt dat de eerdere uitsluiting voor bijeenkomsten
van de nationale jeugdselectie, het niet-geselecteerd zijn voor het EK Jeugd, alsmede de opgelegde straffen een gevolg zijn van wat zich op 18 december 2006 heeft voorgedaan. Wanneer al de betrokkenen elkaar hadden gerespecteerd en zich die dag hadden beheerst waren de genomen maatregelen niet nodig geweest. Dat was vele male beter geweest voor de sport en al de betrokkenen. Het bestuur spreekt dan ook de wens uit dat het gebeuren op 18 december 2006 mag worden bestempeld als een éénmalig incident waar achter met de uitspraak
van de tuchtcommissie , behoudens een beroepsprocedure door de direct betrokkenen, een punt dient te worden gezet. Verder roept het bestuur een ieder in de bowlingwereld op dit gebeuren verder te laten rusten en elkaar en dus ook de direct betrokkenen in de toekomst met respect te (blijven) bejegenen.
Namens het bestuur
Leen
van der List
Voorzitter NBF
Chronologisch overzicht als achtergrondinformatie
Het bestuur heeft, in belang het
van de sport op 20 december 2006 een verzoek neergelegd bij de Tuchtcommissie om te onderzoeken of en in welke mate er sprake is geweest van overtredingen
van de NBF-reglementen tijdens een op 16 december 2006 gehouden RTH-wedstrijd.
Door het bestuur is op 20 december 2006 het besluit genomen om, gedurende het onderzoek, twee leden
van de jeugdselectie uit te sluiten voor bijeenkomsten
van de nationale jeugdselectie.
Op 27 januari 2007 heeft
de begeleidingsgroep de selectie voor het Jeugd-EK samengesteld en bekend gemaakt. De afwegingen zijn gemaakt vooruitlopend op een uitspraak
van de Tuchtcommissie en stonden in het teken van een op zo verantwoord mogelijke wijze samen stellen van het team voor het EK Jeugd. Het incident betreffende twee speelsters
van de jeugdselectie heeft de begeleidingsgroep mee laten wegen in haar beslissing met betrekking tot het samenstellen
van de EK-selectie. In haar besluitvorming heeft de begeleidingsgroep verder meegewogen dat sportiviteit een belangrijk selectiecriterium is en dat de begeleidingsgroep verantwoordelijk is voor een goede onderlinge verstandhouding tijdens het EK.
De mogelijkheid de discipline in EK-selectie te bewaren en te bevorderen heeft in de afwegingen ook een rol gespeeld.
Het bestuur heeft op 30 januari 2007 kennis genomen van het unanieme besluit
van de begeleidingsgroep , de onderliggende motivering en deze geaccepteerd. Het bestuur benadrukt dat de selectie voor het Jeugd-EK de taak en de verantwoordelijkheid is
van de begeleidingsgroep.
Op 30 januari 2007 zijn de betrokken speelsters en spelers gelijktijdig per mail geïnformeerd over het wel of niet geselecteerd zijn. Terwijl op 31 januari 2007 de niet geselecteerden een persoonlijke brief
van de bondscoach hebben ontvangen met daarin een toelichting op het niet geselecteerd zijn
Op 2 februari 2007 heeft het bestuur kennisgenomen van uitspraak
van de Tuchtcommissie.